Schaaltje erbij?

Deel 2
Herkent u de opwaartse druk die kan ontstaan als OOP-functies in de organisatie beschreven en gewaardeerd worden en wat doet u om OOP-ers te motiveren?
‘Hogere schalen in het OOP? Een teken van meer kwaliteit binnen het OOP’
Zo luidt de bondige reactie van Teunis Wagenaar, tot 1 februari directeur-bestuurder van OSG Singelland in Drachten. Bonnie de Vries, hoofd P&O bij dezelfde scholengemeenschap, stelde de vraag over de opwaartse druk. Zij ziet de verschillen tussen OP en OOP en zoekt via ontwikkelingsgesprekken met álle OOP-ers mogelijkheden mensen te motiveren, ook als er geen salarisverbetering in zit.
Meten met twee maten?
Marjan Hemme is teamleider bedrijfsvoering van De Twijn, een so/vso-school in Zwolle. Zij schrijft over het fenomeen Waardering voor OOP-ers. Bij hun onderwijscentrum werken onderwijsassistenten met zorg- en onderwijsondersteunende taken en administratief medewerkers.
Wat de ondersteuners bij De Twijn bijvoorbeeld niet lekker zit, is het ontbreken van inflatiecorrectie wanneer zij hun eindtrede hebben bereikt. De OP-ers zijn voorzien van diverse regelingen zoals een bindingstoelage en schaaluitloopbedragen, maar de OOP-ers niet. Terwijl de specifieke kennis en vaardigheden van verschillende OOP-ers net zo min makkelijk te vervangen zijn. Binnen de OOP-groep leeft een algemeen gevoel van 'meten met twee maten in waardering'.
Op het moment is De Twijn hierover teambreed en persoonlijk in gesprek met de OOP-ers. Marjan Hemme en haar collega’s verkennen de mogelijkheden voor het belonen en motiveren van OOP-ers en ‘werken uit waar het op aan komt (zetten feiten naast emoties)’. Ze willen recht doen aan OOP-ers zonder dat er alleen aan symptoombestrijding wordt gedaan.
Grote verschillen tevredenheidsonderzoeken OP en OOP
Monique Röben, Hoofd P&O van ORS Lek en Linge, reageert ook snel. Hun medewerkerstevredenheidsonderzoek wijst uit dat de medewerkers, ook de OOP-medewerkers, erg tevreden zijn over het werken op de school. Het OOP scoort bijvoorbeeld op algehele tevredenheid een 8,1, op werkplezier een 8,3 en op betrokkenheid bij het werk zelfs een 9,3. Het OOP scoort daarentegen enorm laag op de waardering voor het salaris (4,6) en op doorgroeimogelijkheden naar een andere functie (4,9).
Bij Lek en Linge is besloten om veel aandacht te gaan geven aan verwachtingenmanagement bij het OOP: […] ‘de verwachting over een hoger salaris en de doorgroei naar een andere functie moet realistisch geschetst worden door de leidinggevenden: er is gewoon weinig tot geen ruimte voor. Verder leggen we nadruk op de mooie secundaire arbeidsvoorwaarden in het onderwijs (zoals veel vakantiedagen en de mogelijkheid om vrij te zijn in alle schoolvakanties). Om het OOP gemotiveerd te houden gaan we meer aandacht besteden aan de gesprekscyclus, zodat er structurele aandacht geborgd is voor bijvoorbeeld scholing en ontwikkeling.‘
Onderwijsondersteuners willen aandacht
Regioplan interviewde in opdracht van Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) bijna 1400 onderwijsondersteuners en zo’n 200 schooldirecteuren/hoofden personeelszaken in het VO en publiceerde in 2011 het rapport Loopbaanwensen en loopbaanmogelijkheden voor ondersteunend personeel.
Ongeveer veertig procent van hen heeft loopbaanwensen. Het grootste deel van de OOP-ers wil doorgroeien naar een andere functie binnen hetzelfde werkterrein. Verreweg de meeste ondersteuners met loopbaanwensen willen graag binnen het onderwijs werkzaam blijven. Van het OOP wil ongeveer een derde graag leraar worden.
Uit het onderzoek blijkt dat duidelijk de financiële erkenning en waardering ontoereikend zijn in de ogen van OOP-ers. Maar ook dat OOP-ers hun wensen misschien te weinig uiten. Zo heeft slechts een klein deel van de ondersteuners een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) en dringt lang niet elke OOP-er aan op ontwikkelings- of functioneringsgesprekken.
Omdat er over het algemeen maar een paar doorgroeifuncties binnen de school zijn en OOP-ers niet graag verkassen naar een andere locatie, zijn de loopbaanmogelijkheden beperkt.
Hoe kun je de loopbaanmogelijkheden voor OOP-ers verbeteren?
In het onderzoek geven schoolleiders oplossingsrichtingen aan voor verbeteringen: wensen van ondersteuners duidelijker inventariseren, creëren van meer verschillende functies, volgen van opleidingen en meer samenwerking tussen scholen.
Ook uit het onderzoek zelf volgen enkele aanbevelingen voor het personeelsbeleid:
Ook uit het onderzoek zelf volgen enkele aanbevelingen voor het personeelsbeleid:
- Voer met alle medewerkers functioneringsgesprekken en benoem ze ook zo.
- Kijk daarin samen naar de wensen qua werk voor over vijf jaar.
- Laat bewuster de waardering voor ondersteuners blijken.
- Maak hun beloning inzichtelijk en ook de mogelijkheden daarbinnen.
- Werf actiever leraren onder de ondersteuners.
Meer informatie?
High Potentials onder uw OOP-ers?
Er zijn dus verschillende mogelijkheden om in gesprek met onderwijsondersteuners de ontwikkelingskansen te verkennen.
Misschien wordt het eens tijd om een kweekvijver voor OOP-ers te starten (bijvoorbeeld met onderwijsassistenten die zich succesvol willen ontwikkelen tot docent) en in die groep van high potentials de verhuisdrempels te verlagen!
Heeft u een kweekvijver voor OOP-ers? Schrijf het ons!
Wilt u meer ideeën krijgen? Lees dan de volgende nieuwsbrief of nodig ons uit voor een verkennend gesprek.



