Aanbestedingsrecht
Foutje in inschrijving op aanbesteding: wat nu?
Wat als er een foutje is geslopen in een ingediende offerte bij een aanbestedingsprocedure? Mag dat worden hersteld? De Rechtbank Rotterdam heeft hier recent uitspraak over gedaan.(1) Daarbij keek de rechter naar het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten(Bao). Conclusie: in bepaalde situaties mag een inschrijver een foutje verbeteren.
Het gelijkheidsbeginsel moet in het oog worden gehouden als de inschrijvers op een openbare aanbesteding de gelegenheid krijgen hun aanbieding nader toe te lichten of zelfs in informatieve zin aan te vullen. Vaak is een verduidelijking nodig omdat de aanbesteder anders niet tot een definitieve beoordeling van de ingediende offertes kan komen. Een nadere toelichting mag overigens nooit een inhoudelijke wijziging van de inschrijving inhouden, omdat daarmee de mededinging vervalst zou kunnen worden.(2) Uit jurisprudentie blijkt dat het gaat om kennelijke verschrijvingen en omissies, waarbij objectief kan worden vastgesteld wat door de schrijver was bedoeld en waarbij het ontstaan daarvan te wijten is aan omstandigheden die in de risicosfeer liggen van de aanbestedende dienst.
In een aanbestedingsprocedure voor een opdracht tot schoonmaak en glasbewassing van een schoolgebouw moeten de inschrijvers gebruik maken van invulformulieren, waaronder een prijzenformulier. Dit is opgemaakt in een Excel bestand met meerdere tabbladen, die weer koppelingen naar andere tabbladen bevatten. Een van de tabbladen vermeldt bovenin: “NB! Inschrijver is zelf verantwoordelijk voor eventuele koppelingen”.
In de Nota van Inlichtingen wordt vermeld dat er een tweetal foutieve koppelingen in het prijzenformulier zijn geconstateerd en dat de inschrijvers voor de inschrijving derhalve gebruik moeten maken van een aangepaste versie van het prijzenformulier.
Eén van de inschrijvers (Y) biedt in een begeleidende brief bij haar inschrijving een vaste korting van 70.000 euro, als investering om het contract te verwerven, omdat zij haar marktaandeel in de onderwijssector wil vergroten, maar ook vanwege de continuïteitsgarantie die onderwijsinstellingen met zich meebrengen. Deze inschrijfster heeft haar korting verrekend met de aanneemsom voor glasbewassing en geeft daarbij aan dat ze deze diensten derhalve in de calculatie ‘om niet’ uitvoert en dat hiervoor geen facturatie zal plaatsvinden. Zij heeft op deze manier gehandeld omdat de beoordelingssystematiek geen ruimte biedt om de korting transparant te verwerken op een dusdanige manier dat de korting meeweegt in de gunningscriteria.
Nadat de opdracht is gegund aan een andere partij, spant Y een kort geding aan. Ze vordert dat de aanbesteder de onjuiste koppeling moet herstellen c.q. verwijderen, vervolgens de inschrijving van Y moet herbeoordelen en deze herbeoordeling moet opnemen in de rangschikking, waarna de opdracht wellicht naar Y dient te gaan. Zij voert aan dat haar inschrijving een onjuistheid bevat die te wijten is aan de aanbesteder zelf. Deze verweert zich door te stellen dat Y zelf verantwoordelijk is voor de fout in haar inschrijving.
Vast staat dat er een verkeerd bedrag in een cel van een tabblad is komen te staan vanwege een door de aanbesteder gemaakte foutieve koppeling. De voorzieningenrechter is van oordeel dat herstel van de onjuistheid in de inschrijving van Y niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De rechter vindt dat het boven redelijke twijfel is verheven is dat de onjuistheid is veroorzaakt door de foutieve koppeling en dat duidelijk is dat Y hier een 0 of een streepje had willen invullen. Alleen wanneer andere inschrijvers de foutieve koppeling ook niet zouden hebben opgemerkt en alleen Y de kans zou krijgen om de onjuistheid te herstellen, zou dit strijd met het gelijkheidsbeginsel opleveren. Maar de overige inschrijvers hebben de foutieve koppeling wel opgemerkt. Y wordt derhalve juist door de mogelijkheid van herstel met hen in een gelijke uitgangspositie gebracht.
(1) Vonnis in kort geding van de Rechtbank Rotterdam van 30-3-2010, LJN: BL9485, 347642/KG ZA 10-68
(2) Handboek van het Europese en het Nederlandse Aanbestedingsrecht, E.H. Pijnacker Hordijk, G.W. van der Bend, J.F. van Nouhuys, 4e druk, Den Haag, 2009












