![]() |
![]() |
![]() |
Deze maand (juni 2012) is een nieuw rapport verschenen van het onderzoeksbureau DUO Onderwijsonderzoek te Utrecht onder de naam “Meting PO – alternatieve schooltijden”. In dit onderzoek, opgezet door Anja Schaapmans en Liesbeth van de Woud, zijn 470 directeuren bevraagd op het onderwerp alternatieve schooltijden. Directeuren in het basisonderwijs kiezen steeds vaker voor de invoering van ‘nieuwe schooltijden’. Circa een kwart (23%) van de basisscholen is al overgegaan op nieuwe schooltijden; een derde van de basisscholen is van plan om dit te gaan doen, vaak al komend schooljaar of schooljaar 2013 - 2014. Minder dan de helft van de basisscholen (43%) blijft vasthouden aan de traditionele schooltijden. Onder deze ‘traditionele’ groep bevinden zich opvallend veel Protestants Christelijke scholen (50%) en scholen in niet-stedelijke gebieden (55%).
Er zijn verschillende nieuwe schooltijdenmodellen die op scholen worden gebruikt. Het meest gebruikte nieuwe schooltijdenmodel is momenteel het Hoorns model (31%), een afgeleide variant van de traditionele schooltijden, waarbij alle kinderen op woensdagmiddag en vrijdagmiddag vrij zijn. Een ander veelgebruikt nieuwe schooltijdenmodel is het continurooster (25%): vier dagen les met een korte middagpauze, woensdagmiddag (en vaak de onderbouw op vrijdagmiddag) vrij en eindtijd vaak om 14.45 uur.
Hierin gaat echter verandering komen. De grote groep scholen die van plan is over te gaan op nieuwe schooltijden (33%), lijkt namelijk veelal te kiezen voor het Vijf-gelijke-dagenmodel. Dit model houdt in dat er vijf identieke schooltijden zijn, geen vrije middagen, een korte middagpauze en vaak een eindtijd om 14.00 of 14.30. Het continurooster blijft een goede tweede optie.
De meest genoemde redenen om over te willen gaan op het Vijf-gelijke-dagenmodel zijn ‘rust en structuur voor de kinderen’ en ‘minder belasting voor de leerkrachten’. (Bron: DUO Onderwijsonderzoek)
|


