Passend onderwijs
Het kabinet wil naar een efficiënt en effectief stelsel van passend onderwijs. Hoe dit moet gebeuren heeft de minister van OCW uitgebreid beschreven in de beleidsbrief van 31 januari 2011.
“Het nieuwe stelsel moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Leerlingen krijgen zo goed mogelijk onderwijs. Scholen krijgen een zorgplicht waardoor leerlingen een zo goed mogelijk passend onderwijsaanbod krijgen op de school van aanmelding of een andere school in de regio. Leerlingen met een beperking of een extra zorgbehoefte volgen op deze wijze het onderwijs dat zo veel mogelijk bij hen past, zodat zij later ook een passende plek in de samenleving kunnen vinden. Speciaal onderwijs blijft bestaan, met voldoende capaciteit voor bijna 70.000 kinderen. Passend onderwijs is dan ook geen inclusief onderwijs. Zo min mogelijk kinderen zitten thuis.
- Ouders zijn betrokken bij hun kind op school. Ouders mogen van de school verwachten dat die een zo passend mogelijke plek voor hun kind vindt. Daar staat tegenover dat ze zelf meedenken over hoe zij hun kind het beste kunnen ondersteunen. Er is sprake van een werkbaar evenwicht tussen wat de ouders van de school verwachten en wat de school kan bieden.
- Docenten zijn goed toegerust. Docenten hebben voldoende bagage om te kunnen omgaan met verschillen tussen leerlingen. Docenten zijn in staat om te signaleren wanneer een leerling extra zorg nodig heeft. Als dat zo is, dan voorzien ze zelf in die behoefte of schakelen ze hulp in, zonder al te veel bureaucratie.
- Scholen werken samen met jeugdzorg en gemeenten. Scholen kunnen zich zo veel mogelijk op hun kerntaak richten: goed onderwijs geven. De extra ondersteuning voor leerlingen met een beperking of met een extra zorgbehoefte moet goed afgestemd zijn met de ondersteuning vanuit het bredere (jeugd)zorgdomein die gemeenten bieden in het kader van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en toeleiding naar de arbeidsmarkt: één kind, één gezin, één plan.
- Doelmatige investeringen. De besteding van geld is transparant en de resultaten zijn zichtbaar in de klas. De bureaucratie is tot een minimum beperkt.
Bezuiniging
Het kabinet bezuinigt 300 miljoen euro op een totaal budget van 3,7 miljard euro (inclusief basisbekostiging van 1,5 miljard euro) voor passend onderwijs. Daarmee gaat het budget terug naar het niveau van 2005. In vergelijking met het financiële kader bij invoering van het rugzakje in 2003 neemt het budget daarmee nog steeds toe met 200 miljoen euro. De bezuinigingen op passend onderwijs maken deel uit van een totaalpakket aan bezuinigingen, waar tegenover intensiveringen in het onderwijs van een (bijna) gelijke omvang staan. Dit totale pakket aan intensiveringen en bezuinigingen biedt de mogelijkheid dat met het nieuwe stelsel van passend onderwijs minder middelen buiten de klas terecht komen en tegelijkertijd meer middelen beschikbaar zijn voor de toerusting van docenten om met verschillen tussen leerlingen om te kunnen gaan. Het kabinet heeft hierbij het regulier onderwijs zoveel mogelijk willen ontzien, omdat in het nieuwe stelsel met name van het regulier onderwijs een extra inspanning wordt gevraagd.”
Tot zover de brief van de minister.
Gevolgen bezuiniging
De voorgenomen bezuinigingen treffen met name het (voortgezet) speciaal onderwijs en vanuit het hele land is er verzet. Meer dan 160 duizend mensen tekenden de online petitie tegen de bezuiniging van 300 miljoen op Passend Onderwijs. Dat toont voldoende aan dat er geen maatschappelijk draagvlak is voor de maatregel van minister Van Bijsterveldt.
Dankzij de petitie en andere acties was de bezuiniging een van de meest besproken onderwerpen in de verkiezingsdebatten. In de Tweede Kamer werd zelfs tot drie keer toe over de bezuiniging gedebatteerd. De bezuiniging heeft ver strekkende gevolgen voor het gehele onderwijs. Anders dan minister Van Bijsterveldt beweert, gaat deze bezuiniging wel degelijk ten koste van het reguliere onderwijs.
Veel zorgleerlingen kunnen straks geen beroep meer doen op speciaal onderwijs. Het reguliere onderwijs dat die leerlingen straks moet opvangen, kan onvoldoende beroep doen op ambulant begeleiders. Voor leraren wordt door vollere klassen de werkdruk ongekend hoog. Leerlingen in een volle klas krijgen minder aandacht.
Dit toekomstbeeld staat haaks op de ambitie om het Nederlandse onderwijs de internationale top vijf in te helpen. De ambitie om de leerprestaties te vergroten wordt door ouders, onderwijspersoneel en –werkgevers onderschreven, maar dat kan niet als er 300 miljoen bezuinigd wordt.
Gesteund door meer dan 160 duizend mensen hebben de sectororganisaties, ouderorganisaties en vakbonden daarom de afgelopen maanden actie gevoerd: ‘Nee tegen bezuinigingen, ja voor passend onderwijs'.
Resultaten acties
Alle acties hebben er uiteindelijk toe geleid dat de bezuinigingen met een jaar worden uitgesteld tot 1 augustus 2013. Daardoor is het mogelijk de personele gevolgen van de bezuinigingen beter op te vangen.
In het overleg met de Tweede Kamerleden op 26 april heeft de minister toegezegd dat er in het schooljaar 2012-2013 geen verlaging van de bekostiging Passend Onderwijs plaatsvindt en dat er geen overdracht van de middelen voor ambulante begeleiding naar de samenwerkingsverbanden zal zijn. Dus ook in het schooljaar 2012-2013 gaan de middelen voor ambulante begeleiding nog rechtstreeks naar het (V)SO.
De uitgestelde bezuinigingen tot het schooljaar 2013-2014 leiden ertoe dat schoolbesturen met ontslagbeleid gedurende het schooljaar 2012-2013 personeel in het RDDF moeten plaatsen op basis van een vóór 1 mei 2012 vastgesteld bestuursformatieplan. Besturen die werkgelegenheidsbeleid hanteren kunnen per 1 augustus 2011 het sociaal plan in werking laten treden, waarbij het schooljaar 2011-2012 dan de vrijwillige fase is.