Krimp en huisvesting
Krimp is in een aantal regio’s in Nederland, zoals zuid-Limburg, Zeeuws Vlaanderen en Noordoost Groningen al aan de orde van de dag. Veel andere gebieden, waar nu nog sprake is van groei, krijgen er op korte of langere termijn mee te maken. In combinatie met een vergrijzende bevolking leidt deze krimp tot een sterke daling van het aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.
Deze daling kan een aantal gevolgen hebben voor de huisvesting van onderwijsinstellingen op de korte, middellange en lange termijn, bijvoorbeeld:
- Door een verminderd aantal leerlingen lopen de inkomsten van een school terug, terwijl de kosten voor exploitatie en onderhoud van een gebouw gelijk blijven.
- De opheffingsnorm die elke vijf jaar wordt vastgesteld, wordt door een snelle daling van het aantal leerlingen ingehaald door de feiten. Een goede spreiding en bereikbaarheid van het onderwijs loopt hiermee gevaar.
- Voor het VO geldt dat door een teruglopend aantal leerlingen ‘dure’ opleidingen (bijvoorbeeld technische VMBO vakopleidingen) onbetaalbaar worden en de diversiteit aan onderwijs in een regio vermindert.
- Vestigingen en locaties moeten mogelijk worden gesloten.
Echter door de krimp tijdig te onderkennen en te zien als randvoorwaarde van het toekomstige onderwijs en de daarbij behorende huisvesting, kan er een toekomstbestendige huisvestingsstrategie worden ontwikkeld.
Hiertoe is het ten eerste noodzakelijk over realistische leerlingprognoses voor de korte en langere termijn te beschikken. Vervolgens dient de staat van de huidige gebouwen in kaart gebracht te worden; wat is het (normatieve) vloeroppervlak, de bouwkundige staat, voldoet het gebouw nog aan de geldende wet- en regelgeving en sluit het aan op de visie op het onderwijs nu en in de toekomst. Vervolgens kan er, wanneer er sprake is van toekomstige krimp, gekeken worden wat in de betreffende situatie een passende oplossing is om de huisvesting beschikbaar, leefbaar en betaalbaar te houden.
Mogelijkheden zijn:
- Een nieuw, kleiner gebouw neerzetten en rekening houden worden met de toekomstige krimp (bouwen voor krimp), wat kan betekenen dat een gebouw in de toekomst een andere functie moet kunnen herbergen.
- Partners zoeken om samen een bestaand of nieuw gebouw te delen: andere scholen of kinderopvang (bijvoorbeeld in een brede school) of een andere maatschappelijke voorziening, zoals een bibliotheek
Wanneer meer partijen een gebouw gaan delen, is het noodzakelijk goede afspraken te maken over het materieel en juridisch eigendom, het beheer, de exploitatie en de mate van samenwerking. Het is vanzelfsprekend belangrijk dit te realiseren in nauw overleg met de gemeente en eventueel andere betrokken partijen als een woningcorporatie of de bewoners.
Voor het vinden van een passende oplossing is er geen vaststaande methode. Het vereist maatwerk voor elke specifieke locatie en school. Wij denken hierin graag met u mee.